Doedelzak

Categorie: Doedelzak
Publicatiedatum

ALLERLEI VOOR DOEDELZAK

In dit gedeelte staan allerlei nuttige adressen, materialen en site’s die voor het bouwen van doedelzakken van belang (kunnen) zijn.

Hout dat ook zeer geschikt is voor de doedelzakkenbouw is lijsterbeshout. en meidoorn.

Kurk om schuivende delen goed af te kunnen sluiten, kan behalve bij muziekwinkels ook verkregen worden bij de autohandel. Daar wordt het namelijk gebruikt voor afdichtingen van pakkingen.  

 

Linedacewinkel, Noordpolderstraat, Rotterdam. Hier kun je o.a. huiden kopen voor de zak. Het blijkt dat er o.m. op de markten van Nijmegen en Wageningen deze huiden te koop zijn.

Site met tekeningen van o.a. spaanse Gaita’s www.es-aqui.com

Boek met veel tekeningen van doedelzak

te bestellen bij het museum

http://www.museum.sorben.com

Boek met info over speelwijze van de doedelzak.

Te bestellen bij het museum

http://www.mfm.uni-leipzig.de

 

http://user.it.uu.se/~crwth/bagpipes/swedish/reeds.html 

http://www.uilleann.com/reeds.html 

Site over doedelzakken:

http//www.sackpfeife.de

 

Een site waar korte filmpjes laten zien hoe een riet gemaakt wordt voor een Schotse doedelzak
http://www.youtube.com/watch?v=eCkxcT6Wj8w   

Op deze site's staan ook tekeningen voor

doedelzakken.

 

Russische website met tekeningen

Omdat het aantal website's met tekeningen schaars zijn, is alles wat bruikbaar is welkom.

Deze site is te vinden onder:    http://bagpipes.narod.ru/page/make_all.html

Op deze site staan een aantal foto's en eenvoudige werktekeningen van doedelzakonderdelen.

Hoewel de tekst grotendeels in  het Russisch is, zijn de tekeningen wel te begrijpen.

 

Sackpfeifenclub.org

De tekening op derze site is gemaakt door J.Soete

http://users.telenet.be

Uitleg over de Musette

http://www.youtube.com/watch?v=2OVYA-DJ_og&feature=related

Hieronder een aantal foto’s van doedelzakken welke door amateur bouwers zijn vervaardigd.

Deze foto geeft een doedelzak weer zoals ook nu nog gebruikt worden in vrijwel heel noord afrika. Hij heeft twee speelpijpen die met beide handen bespeelt kunnen worden.

Er kan eenzelfde melodie gespeeld worden, maar ook kan de ene hand ten opzichte van de andere  verschillen.

 

 

Dit instrument is geen doedelzak, maar heeft wel een aanblaasmethode door middel van een riet.
Aan beide kanten is een stuk hoorn geplaatst om het geluid wat te versterken.
Aan de rechterkant is het riet  te zien

 

 

Een eenvoudige fluit welke naar een zeer oude vondst is nagemaakt.
Ook liggen er enkele koehoorns waaruit eventueel het uiteinde van een pijp gemaakt kan worden.

 

 

Doedelzak met speelpijp, blaaspijp en een bourdon.

 

 

 

Een aantal rieten welke van kunststof zijn gemaakt.

 

 

Een doedelzak in G. Met 1 bourdon.

 

 

Ook dit is de doedelzak in G vanuit een ander perspectief genomen.

 

 

Een detail van een doedelzak waar goed te zien is hoe de aanhechting in de zak is gemaakt.

 

 


Doedelzakspeler De doedelzak is een bijzonder oude vorm van blaasinstrument. Vermoed wordt dat het instrument ca. 2000 v.Chr. is ontstaan in de regio India en Pakistan en vervolgens door de tochten van Alexander de Grote naar het westen is gebracht.

Doedelzakken kwamen al voor in het Oude Egypte en hebben zich in de Romeinse tijd over geheel Europa verbreid. In Schotland en Ierland zijn ze in de loop der eeuwen een onderdeel van de cultuur geworden.

Ontwikkeling
De doedelzak is een rietinstrument waarbij het riet indirect bespeeld wordt via een luchtkamer en dus niet met de lippen of tong aangeraakt wordt. Doedelzakken zijn eigenlijk eerder een familie van muziekinstrumenten dan een enkel instrument. Zowel enkele als dubbele rieten worden toegepast.

In de oervorm van het instrument worden één of meerdere pijpen, meestal met een enkel riet in de mond gestoken en vormen de mond en de wangen de luchtkamer. Er wordt dan vaak circulaire ademhaling toegepast: de keel wordt gesloten en de druk in de wangen houdt de trilling in de rieten op gang terwijl men door de neus in ademt. (Deze ademtechniek wordt tegenwoordig ook nog door hobospelers gebruikt).

Een voorbeeld van deze oervorm is de Griekse aulos,die in de oudheid bijzonder populair was en door classici meestal (ten onrechte) met ‘fluit’ in plaats van schalmei vertaald wordt. Ook heden ten dage worden schalmeien als de launeddas) op Sardinië en de Zurla op de Balkan nog gebruikt. In deze oervorm ondergaat de speler enige bijkomstigheden van de speeltechniek: zijn wangen dreigen uit te zetten en hij krijgt bloeddoorlopen ogen. Soms had de aulosspeler een leren band om zijn mond om het uitlubberen van de wangen wat tegen te gaan…

Een volgende stap in de ontwikkeling is nog in Duitsland te vinden: de Plattenspiel. Bij dit instrument zijn de wangen vervangen door een varkensblaas waar de speler via een blaaspijp in blaast.

De derde stap in de ontwikkeling is de vervanging van de varkensblaas door een leren zak met een blaaspijp met klep. In deze vorm is het instrument bekend over heel Europa.

De vierde stap is het toevoegen van regulators, welke bij de Ierse uillean pipes gebruikt worden voor het spelen van begeleidende akkoorden.

Al in de Romeinse tijd is er een ontwikkeling geweest om de bediening van het instrument verder te mechaniseren met een speeltafel. Dit heeft geleid tot het ontstaan van het orgel.

Lokale vormen
Tot 1900 had vrijwel iedere landstreek in Europa zijn eigen lokale versie van het instrument, soms zelfs meer dan één. In de tijd van urbanisatie en industrialisatie zijn echter veel vormen uitgestorven. Enige voorbeelden van nog bestaande doedelzakken in Europa:

De bekendste vorm is waarschijnlijk de Schotse (highland) doedelzak, hoewel dit eigenlijk een buitenbeentje is. Het is een bijzonder luid instrument dat bedoeld is voor het slagveld, met een beperkte toonomvang van 1 octaaf. De Ierse doedelzak daarentegen is een minder snerpend kamerinstrument dat geschikt is voor samenspel met fluit, viool, banjo enz. en dat een bereik heeft van 2 octaven.


Speeltechniek
Bijna alle doedelzakken maken gebruik van één of meer bourdons. De speelpijp heeft meestal slechts een beperkte omvang (vaak niet meer dan een octaaf of none) en is vaak slechts in een diatonische toonladder te spelen. Dit betekent dat in de westerse muziektraditie het instrument na de baroktijd geheel verbannen is naar de volksmuziek, omdat het niet tot modulaties in staat is. Omdat de bourdons altijd een vast akkoord spelen zouden tonen die niet in die toonladder passen ook vals klinken. Onder meer de Franse cornemuse en musette, en met name de Ierse uillean pipes hebben minder beperkingen en zijn ook chromatisch te bespelen. In de Franse barok treft men muziekstukken aan die musette heten en deze werden gecomponeerd door componisten aan het hof van o.a. Lodewijk XIV en XV. In die tijd is de musette, evenals de draailier, bijzonder populair geweest, alvorens de doedelzak weer te verviel tot de oude status van bedelinstrument. De Ierse uillean pipes is echter een rechtstreekse voortzetting van de met de Franse musette in gang gezette vernieuwing van repertoire en instrumentarium.

Een kenmerk van de doedelzak is dat de toonproductie niet (of maar met grote moeite) stopgezet kan worden. Bij de uillean pipes die zittend gespeeld worden, kan men alle vingergaten afdekken en de pijp op de knie stoppen, maar dit kan zeker niet bij iedere toon. Articulatie bij alle doedelzakken moet daarom met de vingers geschieden door middel van snelle voorslagen. Hierbij wordt de illusie van een onderbreking van de toon opgewekt door snel een vinger boven de actieve vinger even op te lichten of een vinger eronder even aan te tippen. Ook kan de suggestie van staccato worden bereikt door terug te spelen op een grondtoon die ook door de bourdon wordt voortgebracht, zodat de illusie van een niet-hoorbare toon (dus stilte) ontstaat. Vooral in de Schotse stijl zijn bijzonder ingewikkelde (en technisch veeleisende) opeenstapelingen van voorslagen in zwang die eigen benamingen hebben gekregen. In de Franse en Ierse stijl is daarentegen ook aandacht voor lyrische elementen. Vibrato en glissando bijvoorbeeld worden in de Franse en Ierse stijl zeer veel, en in de Schotse stijl vrijwel niet gebruikt.

 

(tekst  van bovenstaande artikel is ontleend aan de WIKIPEDIA.nl)

 

Het bovenstaande artikel gaat over verschillende facetten van de doedelzak.
Doedelzakken moeten ook gebouwt worden. Een van deze bouwers is de in Belgie woonachtige 
Luk Verstockt, die beroepsmatig doedelzakken bouwt.Er zijn ook mensen die als amateur bezig zijn om een doedelzak te bouwen.
Hun ontbreek het soms aan essentieele kennis over het bouwen.
Om deze kennis proberen over te brengen was Luk bij een groep amateurbouwers uitgenodigd om het een en ander over het bouwen te vertellen.
En een demonstratie te geven over een heel belangrijk onderdeel van de doedelzak namelijk het riet.

 

Copyright 2020 www.mozaiekje.net